Kom, leid hem de kerker uit*

De vierde antifoon zingen wij vandaag bij de vespers:
"O sleutel van David en schepper van het Huis van Israël.
Gij opent en niemand kan sluiten; gij sluit en niemand kan openen:
Kom en geleid de geboeide mens uit de kerker, hem, die daar zit in de nacht, in de schaduw van de dood”.
 
Schild en sleutel van David noemden de joden de zeshoek.
Het was voor hen een symbool van God en van zijn heilige Naam.
Daarin zagen zij ook een teken van de komende MESSIAS (Ster van Balaäm, Ster van de Wijzen).
CHRISTUS is de sleutel van David, d.w.z. Hij is de ontsluiting van alle geheimen en voorafbeeldingen van het Oude Verbond.
Hij is ook de drager van alle macht van het Rijk Gods.
 
Overweging:
A. Beeld: de tekst komt voor in de Openbaring van Johannes 3,7, waarin CHRISTUS als "Sleutel van David” wordt toegesproken, waar het ook verder luidt: "Als Hij opent kan niemand sluiten, als Hij sluit, kan niemand openen”.
Maar wij hebben ook bij Isaďas een plaats (22,22), die bijna letterlijk met de antifoon overeenkomt.
Daar is echter niet van de Messias, maar van de trouwe hofmaarschalk sprake, aan wie God door de profeet belooft: "De sleutel van Davids Huis leg ik hem op de schouders.
Opent hij, niemand, die sluit, sluit hij, niemand doet open”.
Het symbool van het overgeven van de sleutels betekent de opperste bestuursmacht.
Hij is bestuurder en al zijn beslissingen zijn door de Heer goedgekeurd.
 

Afbeelding invoegen

Wij zien dat Johannes de plaats van Isaďas heeft overgenomen en op CHRISTUS heeft overgedragen; de Liturgie heeft zich bij deze overdracht aangesloten.
De antifoon voegt alleen nog een vergroting van de macht van CHRISTUS er aan toe door de titel: Scepter van het huis of liever van het huis van Israël.
B. Uitleg: Uit het bovenstaande is ons duidelijk, wat de antifoon zeggen wil: CHRISTUS is als Zoon van David ook erfgenaam en drager van de sleutels van David d.w.z. van zijn Rijk.
Het rijk van David is voorafbeelding van het Godsrijk.
Zo is dus CHRISTUS de hoogste Bestuurder van de schatten in de Heilsorde.
Hij zei na zijn Verrijzenis: "Mij is alle macht gegeven in de Hemel en op aarde” (Mat.28).
Daarom kon Hij ook deze macht aan zijn Kerk en haar bestuurders overdragen.
CHRISTUS gebruikte hetzelfde beeld van de sleutels, als Hij tot Petrus zegt (Mat.16): "U zal ik de sleutels van het Rijk der hemelen geven; en al wat gij op aarde zult binden (sluiten) zal ook in de Hemel gebonden (gesloten) zijn;
En al wat gij op aarde zult ontbinden (openen) zal ook in de Hemel ontbonden zijn”.
CHRISTUS heeft dus deze bestuursmacht aan Petrus overgedragen.
De Sleutelmacht van de Apostolische Stoel is dus geen andere dan die CHRISTUS bezat.
CHRISTUS is in het Godsrijk onbeperkte Heerser en Uitdeler van Genade.
Met dat openen en sluiten zijn vooral vergiffenis van zonden en uitdelen van Genade, natuurlijk ook het tegendeel bedoeld.
– Nu maakt de antifoon in het gebed nog een bijzondere toepassing.
CHRISTUS heeft ook de sleutels van de kerker van het door de duivel geboeide mensdom.
Door de erfzonde smacht het mensdom in de gevangenis en de verlossing houdt het beeld in van de vrijlating uit deze gevangenschap.
Buitengewoon realistisch zegt de antifoon: het geboeide mensdom zit in de duisternis en de schaduw van de dood.
Wij moeten ons maar een gevangenis uit de oudheid voorstellen (leeuwenkuil werden ze genoemd).
Moge CHRISTUS, de Verlosser met de sleutel deze kerker ontsluiten, moge Hij de vele heidenen, die de satan nog gevangen houdt, bekeren, de vele lauwe christenen, de vele zondaars van de boeien bevrijden en tot het licht van Kerstmis brengen.
Moge Hij ook mij uit de duisternis tot het licht brengen.