De Tien Geboden

 
De tien geboden in catechismus van de katholieke kerk
 
1. ĎIk ben de Heer uw God.
Gij zult geen afgoden vereren, maar Mij alleen aanbidden en boven alles beminnen.
 
2. Gij zult de Naam van de Heer uw God, niet zonder eerbied gebruiken.
 
3. Wees gedachtig, dat gij de dag des Heren heiligt.
 
4. Eert uw vader en uw moeder.
 
5. Gij zult niet doden.
 
6. Gij zult geen onkuisheid doen.
 
7. Gij zult niet stelen.
 
8. Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen.
 
9. Gij zult geen onkuisheid begeren.
 
10. Gij zult niet onrechtvaardig begeren, wat uw naaste toebehoort.í
 
(Catechismus van de Katholieke Kerk, Nederlandse uitgave: Gooi & Sticht, Kampen 2008)
 
 

Er is maar een God
De openingstekst van de tien geboden benadrukt het unieke karakter van God en zijn relatie met het volk IsraŽl: ĎIk ben de HEER uw God die u heeft weggeleid uit Egypte, het slavenhuisí (Exodus 20:2). Er is maar één God en deze Ene bevrijdt uit slavernij. Het volgt welhaast vanzelf dat men geen andere goden mag aanbidden, laat staan dat men er beelden van maakt die je zou kunnen vereren (eerste en tweede gebod).
 
Goden en afgoden
In de Bijbel heeft bijna ieder volk of land zijn eigen goden. De God van IsraŽl duldt echter geen andere goden naast zich. De monotheÔstische opvatting dat er slechts één God bestaat, is van later datum. Andere goden zijn per definitie vreemde goden, die men in de Bijbel ook wel Ďafgodení noemt. De bekendste afgoden zijn Astarte, de godin van de SidoniŽrs, en Bašl, de god van onder andere de Kanašnieten.
 
Geen beelden
Een bekende bijbeltekst die de verering van afgoden aan de kaak stelt is de Brief van Jeremia (Baruch 6). Hierin wordt het verschil tussen de (echte) God van IsraŽl en (valse) afgoden benadrukt. Goden die de hemel en de aarde niet hebben gemaakt zullen uiteindelijk verloren gaan. Afgoden zijn immers geen echte goden en hun beelden, hoe imposant ook, stellen niets voor. Want het beeld is niet de godheid zelf. Het is slechts een ding van hout, metaal en steen.
 
De sabbat
 
Zevende dag
In de Bijbel is sabbat de naam voor de zevende dag van de week. De van oorsprong Hebreeuwse naam betekent Ďophoudení of Ďstoppení, en verwijst naar de zevende dag in het scheppingsverhaal. Hierop voltooide God zijn schepping en rustte uit van zijn werk (Genesis 2:1-3). In navolging van deze zevende scheppingsdag is de sabbat een dag waarop wordt gerust. Hij begint op vrijdagavond met zonsondergang en eindigt op zaterdagavond wanneer het donker is geworden.
 
Derde gebod
Volgens de katholieke telling is het houden van de sabbat het derde gebod in de decaloog. In de versie van Exodus 20:11 verwijst het gebod naar de voltooiing van Gods scheppingswerk. In Deuteronomium 5:12-15 herinnert het vooral aan de uittocht uit de slavernij in Egypte. In de Bijbel houdt men op de sabbat meestal een heilige bijeenkomst (Leviticus 23:2-3). In de tempel bracht men een extra offer (Numeri 28:9) en werden de toonbroden vernieuwd (Leviticus 24:8).
 
Rustdag
De belangrijkste regel van het derde gebod is dat mensen niet mogen werken. Dit geldt ook voor slaven, vreemdelingen en dieren (Exodus 23:12). Zelfs het maken van vuur is verboden (Exodus 35:3). Door de eeuwen heen, tot in het Nieuwe Testament, staat de interpretatie van het sabbatgebod regelmatig ter discussie (Marcus 2:23-3:6). In de vroegchristelijke gemeente vierde men oorspronkelijk nog de sabbat (MatteŁs 24:20). Maar vrij snel werd in de vroege kerk de zondag de rustdag. Op deze eerste dag van de week herdenkt men de opstanding van Jezus Christus (Kolossenzen 2:16).
 
De woestijn
Tussen Egypte en het beloofde land ligt een uitgestrekt onherbergzaam gebied. Het is de Sinaiwoestijn, waar het volk IsraŽl tijdens een tocht van veertig jaar de tien woorden van het verbond ontvangt. Meestal is de woestijn een plaats om snel doorheen te trekken. Maar in de Bijbel is het ook een plek van bezinning, voor kluizenaars en vluchtelingen, en de plaats bij uitstek voor religieuze ervaringen en ontmoetingen met God.
 
Ontmoeting
Mozes bijvoorbeeld, wordt door God geroepen in de woestijn. Nadat hij eerder naar Midjan was gevlucht, omdat hij een Egyptische slavendrijver had gedood, openbaart God zich aan hem bij de berg Horeb, terwijl Mozes de schapen en geiten van zijn schoonvader aan het hoeden is (Exodus 3). God beveelt Mozes naar Egypte terug te keren om zijn volk te bevrijden uit de macht van de farao. Eenmaal ontsnapt aan farao verschijnt in de woestijn God meermalen aan het volk IsraŽl. Daar krijgen de IsraŽlieten via Mozes de tien geboden (Exodus 20:1-17) en andere voorschriften en leefregels.
 
Beproeving
Door de barre natuurlijke omgeving is de woestijn eveneens een plaats van beproeving. Zo verblijven Mozes (Exodus 24:18), de profeet Elia (1 Koningen 19:8), maar ook Jezus (MatteŁs 4:1-11) veertig dagen en veertig nachten zonder voedsel in de woestijn. De zwerftocht van het volk IsraŽl duurt, met veel honger en dorst, veertig jaar. God stelt hen zo op de proef, om te zien of ze ook dan in hem blijven geloven.
 
Mozes
De Bijbel beschouwt Mozes als de grootste profeet die IsraŽl ooit gekend heeft. Met niemand ging God zo vertrouwelijk om (Deuteronomium 34:10). Aan hem werd immers de naam van God geopenbaard (Exodus 3:14), hij ontving de stenen tafels met de woorden van het verbond (Exodus 20:1-17). Volgens de joodse traditie is de hele Tora (Genesis tot en met Deuteronomium) geschreven door Mozes. Hij geldt als wetgever, profeet en stichter van de eredienst.
 
Sinai
Mozes leidde het volk IsraŽl weg uit Egypte en bracht het naar het beloofde land Kanašn. Tijdens de lange tocht door de woestijn, verschijnt God meermalen aan het volk en hun woordvoerder. Via Mozes ontvangen de IsraŽlieten de tien geboden en andere voorschriften en leefregels. Maar terwijl Mozes de berg bestijgt om de stenen platen van het verbond in ontvangst te nemen, dwingt het volk Ašron om een gouden stierkalf te maken (Exodus 32). Als Mozes van de berg is afgedaald, verbrijzelt hij woedend de platen en vernietigt hij het kalf. Daarna verblijft hij opnieuw veertig dagen op de berg, waar hij een tweede versie van de platen in ontvangst neemt.
 
Beloofde land
Na veertig jaar woestijn mag Mozes zelf het beloofde land niet in. Hij mag het alleen bekijken vanaf de berg Nebo (Deuteronomium 34). Nadat Mozes afscheid heeft genomen van het volk en alle stammen heeft gezegend, sterft hij. Volgens Deuteronomium 34:6 werd hij begraven in het dal in Moab en weet niemand waar zijn graf is.
 
 
De tien geboden in exodus De tien geboden in Deuteronomium