De Bruid
"Want aan één man heb ik
u verloofd ( II Cor. II:2)
Het gaat er in het
leven niet alleen om de dingen mooi te zien, maar ook reëel te zien; en
omgekeerd gaat het er niet alleen om de dingen reëel te zien, maar ook ze mooi
te zien.
In de menselijke
verhoudingen zijn de reële dingen lang niet altijd mooi.
Maar de realiteiten die
uit God geboren zijn, zijn altijd én mooi én reëel.
Zo is Gods schepping
van de aanvang indrukwekkend van schoonheid in haar ontzaglijke realiteit.
Zo is het eveneens met
Gods plannen.
Bij enig nadenken moet
men bijvoorbeeld getroffen worden door de schoonheid van de verhouding:
schepsel God. Gaat men zich verdiepen
in de mysteries van Gods liefde ten opzichte van de mensen, dan duizelt men van
de schoonheid van zoveel wijsheid.
De Heilige Schrift ligt
dan ook bladzijde na bladzijde bezaaid met uitdrukkingen van bewondering en
vergelijkingen van verbazing, die de verhouding trachten te benaderen tussen de
mens en God.
Paulus was een man, die
de dingen zag in hun diepste betekenis, in hun ware realiteit en hun
treffendste schoonheid.
Zo zag hij ook zijn
roeping.
Zo vindt hij de meest
verheven woorden en vergelijkingen voor de vruchten van zijn dienstwerk.
En zo is het, dat hij
deze wonderbare zinnen neerschreef: "Ik ben na-ijverig op u met goddelijke
ijverzucht.
Want aan één man heb ik u verloofd om u als een reine maagd aan
Christus zijde te stellen.
Deze bruid is in zijn
beeldspraak de gemeente van Corinthe.
|
|
Hij heeft er van gedroomd deze christengemeente zo zuiver van zeden en zo trouw in het geloof te bewaren, dat hij haar bij Christus wederkomst aan het eind der dagen als een onbevlekte bruid kan geleiden tot aan het hart van de Bruidegom.
Zó reëel en ook zó mooi is de verhouding van de christen tot de Heer.
En hij heeft daarvoor deze woorden en vergelijkingen weten te vinden, die beven van de tederheden uit de bruidsdagen.
Men zou bijna de geur ruiken van rozen en seringen, overgeplant naar deze mystieke tuin, waarin de ziel God ontmoet.
Hoe diep gevoelig en hoe fijn besnaard moet deze harde realist geweest zijn, dat hij zó wist te spreken over de zielen hem toevertrouwd, de gemeente van Corinthe.
Hij heeft het zover gebracht, dat hij zich wist te verplaatsen in de gevoelens van de Heer, naar zijn eigen woorden: "Hoc sentite in vobis, hebt die gevoelens in u, die ook in Christus Jezus zijn.
Hij heeft zich zonder moeite ingedacht in de gevoelens van de bruidegom, die een smetteloze bruid liefheeft.
Hoeveel hebben deze woorden ons te zeggen!
Er van dromen een gemeente zuiver van zeden, trouw in het geloof te bewaren, wat komt daarvoor kijken.
Men zou het kunnen vragen aan een goede herder van een parochie, aan een pastoor van Ars, aan een heilig priester.
Ook zij zijn na-ijverig en gunnen de zielen, die hun werden toevertrouwd, aan niemand anders dan aan de Bruidegom.
Maar wat gaat er zoal om in een parochie.
Men ziet de kinderen binnengedragen worden om gedoopt te worden.
Men ziet ze opgroeien.
Men ziet hun ontwakende zinnen, hun ontwakende hartstochten.
Men ziet in het kind al de volwassen mens.
Men houdt zijn hart vast.
De één is al toornig, de ander eigenzinnig.
Een derde is al zinlijk, een vierde al hoogmoedig.
Het zijn nog kinderlijke afmetingen, maar de grotemensen-maat ligt al te wachten om uit te groeien.
Eenmaal groot geworden uiten ze zich met al hun beheerste en onbeheerste krachten.
Een parochie is een wereld in het klein, een schouwtoneel van menselijke dramatiek.
Daar wordt gebeden: maar er wordt ook gevloekt.
Er worden huwelijken gesloten, er worden er ook verbroken.
Trouw wordt er beloofd, trouw wordt er gebroken.
Het gezin is het heiligdom, waar God wordt gediend.
Maar vaak wordt Hij er gevloekt, vaak aan de deur gezet.
Zijn eigen heiligdom is voor Hem gesloten.
In de kerk wacht de Heer in het tabernakel.
Velen komen op bezoek, velen nooit.
Aan de communiebank wacht het voedsel, dat hen sterk zal maken als leeuwen.
Velen komen en velen gaan voorbij.
Zij willen ander voedsel hebben en zich bedwelmen aan drank, die dronken maakt en bekers, die vergif dragen tot op de bodem.
Menig jong priester stond op uit de vervoering van zijn wijdingsdag, terwijl door zijn hoofd de woorden van Sint Paulus speelden: "om u als een reine maagd aan Christus zijde te stellen.
Maar toen hij in de praktijk kwam, vond hij een realiteit, die allesbehalve mooi was.
Want de wereld is slecht.
En de mensen zijn onverschillig.
Het zag er allemaal anders uit dan hij gedroomd had.
Samen leven en wonen wij in de schaduw van Gods huis.
Samen vormen wij de gemeente van een stadswijk.
Heer, geef ons de zorg over onze eigen zielen en over die van anderen.
H. de Greeve
22 december 1949